Breng in een grote stoofpan de bouillon met kaneelstokje, laurier, tijm, kruidnagel en saffraan aan de kook, zet het vuur dan zacht.
Snijd de riblappen in blokjes van 2 cm en bestrooi ze met bloem en peper en zout.
Bak ze op hoog vuur goudbruin en krokant in een koekenpan met een beetje olijfolie. Doe dit in porties.
Doe het vlees in de pan met de bouillon. Blus het laatste gebakken portie vlees af met de rode wijn en schenk dit in z'n geheel ook in de pan met bouillon. Deksel op de pan en laag op laag vuur sudderen.
Verwijder ondertussen de schil van de ui en knoflook en snijd ze fijn. Schil de wortel in snijd deze in dunne plakken.
Verwijder de zaadlijsten van de paprika en snijd deze in dunne repen. Snijd de prei in dunne ringen en spoel deze af in een vergiet.
Bak de spekreepjes krokant in de bakpan van het vlees en voeg dan de ui en knoflook toe. Bak dit goudbruin en doe dan in de pan bij het vlees.
Bak na 1 uur de wortel, paprika, prei en tomaat in stukken (en eventueel de aardappelblokjes) nog even aan in de bakpan en doe dit ook bij het vlees.
Deksel weer op de pan en laat ongeveer 2 uur op laat vuur stoven tot het vlees lekker mals is.